Colombia, Filippijnen, Guatemala,... Stop de moorden en de verdwijningen

Goed nieuws vanuit de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève. Mede door tussenkomst van het ACV worden de Filipijnen terechtgewezen voor het niet respecteren van de IAO-normen. De IAO ziet toe op het respecteren van de fundamentele arbeidsnormen zoals de vrijheid van vakbondsvereniging. Aangezien de woordvoerster van de Filipijnse regering op de IAO-conferentie de feiten duidelijk bleef minimaliseren, besloot de commissie een high level IAO-missie te sturen om de situatie ter plekke te analyseren. De regering was hier niet mee opgezet.

Sinds presidente Arroyo in 2001 aan de macht kwam, telt men al ruim 850 politieke moorden waaronder 80 vakbondsleiders en meer dan 200 verdwijningen. Het Internationale Vakverbond maakt melding van 144 moorden in 2006 op vakbondsleiders. Een toename met 25 procent ten opzichte van het jaar voordien. Colombia blijft de gevaarlijkste plaats ter wereld voor syndicalisten met 78 moorden in 2006, gevolgd door de Filipijnen met 33 moorden. Zowel de werknemers- als de werkgeversgroep van de IAO benadrukken de ernst van de situatie op het vlak van mensenrechten en vakbondsvrijheid in de Filipijnen. Het klimaat van moord, geweld en angst maken dat er nog nauwelijks getuigen durven opstaan om de toestand aan de klagen.

Dagboek

Ik was op bezoek in de Filipijnen in mei jl. Enkele fragmenten uit mijn dagboek.

“Veel arbeidsleiders werden in Bulacan ( provincie 100 kilometer ten noorden van de hoofdstad Manila) vermoord, maar even gruwelijk is de toename van het aantal ontvoeringen. Drie weken geleden werd een arbeider in Zambales ontvoerd en is nog niet teruggekeerd. Drie dagen geleden werd Jonas Burgos ontvoerd. Hij was 38 jaar en een gekend boerenleider en mensenrechtenactivist. Jonas Burgos werd ontvoerd door gewapende mannen die hem in een auto sleurden. De nummerplaat van de wagen was afkomstig van een auto van het leger. Daarmee is de toon gezet van iets waar ik me totaal niet bewust van was: de provincie Bulacan is een militair bezette provincie.

De militairen gaan niets ontziend te werk. Ze steken de huizen van de vakbond in brand. Normaal vakbondswerk vanuit een secretariaat zoals in België is niet meer mogelijk. Wat betekent dat alles voor de vakbond in de Filipijnen? Emotioneel is deze situatie dramatisch. Vrouwen en kinderen van vakbondsverantwoordelijken worden bedreigd. Vakbondsmobilisaties worden strikt overwogen of ze nog te riskeren zijn, openlijke meetings en fora worden niet meer georganiseerd. Vakbondsorganizers slapen reeds
lang niet meer thuis. Kinderen van vakbondsorganizers kunnen niet meer naar school gaan of de terreinen van de scholen worden bezet om om te vormen tot militaire kampen. In het geval van de barangay San Roque nemen de militairen de gemeentehal in beslag zodat ook het gezondheidscentrum niet meer toegankelijk is.

In de San Miguel Console farm worden arbeiders die petities tekenen, nadien door de militairen op het matje geroepen. De militairen spreken dan de arbeiders aan om zich af te keren van de vakbond. Ik noteer het verhaal van fysieke en morele intimidatie in de Coca Cola San Miguel Brewery van San Fernando City waar arbeidersleiders gedurende vier dagen werden ondervraagd en geïntimideerd. Terzelfdertijd achtte het leger de tijd rijp om zelf de Coca Cola vestiging binnen te dringen en de arbeiders uit te schelden, te polsen naar het profiel van hun leiders en hen aan te sporen niet langer lid te blijven van de vakbond. De vakbond wordt op nog andere manieren buiten spel gezet. Ik noteer het verhaal van twee ondernemingen in de provincie Bulacan waar bij onderhandelingen tussen vakbond en management het leger zich zo intimiderend opstelde dat het leger zelf de onderhandelingen overnam.

Daarmee voert het leger rigoureus haar zogenaamde Oplan Bantan Laya uit, een plan waarbij progressieve en militante volksorganisaties gecriminaliseerd worden door deze gelijk te stellen met de guerilla van de NPA, het New People’s Army. Nochtans gaat het hier allemaal om ongewapende burgers en organisaties.”

Zij doen hetzelfde syndicaal werk als wij in België, maar ginds moeten ze het bekopen met hun leven. Ana Silvia Melo en twee collega’s syndicalisten werden vermoord in Colombia op 27 juni 2007. Marica Mondejar, organisatrice van de vakbond van de stadsarmen in de Filipijnen wordt genadeloos neergekogeld op 20 september 2007. Marco Tulio Ramirez Portela, vakbondsleider van de Bananeros in Guatemala werd op 23 september 2007 bij het verlaten van zijn woonst neergeschoten.

Colombia – Guatemala – Filippijnen is de driehoek van miskenning van de mensen- en vakbondsrechten. De coalitie stopthekillings in samenwerking met diverse ngo en vakbonden organiseert op de Internationale Mensenrechtendag van maandag 10 december 2007 een manifestatie om de politieke moorden en ontvoeringen aan te klagen. We maken om 19u30 een mensenrechtenketting van het Vossenplein in de Marollen naar het Justitiepaleis te Brussel. Een warme oproep aan iedereen om je mee vast te haken aan de mensenrechtenketting!

Johan Fobelets

BijlageGrootte
PDF-pictogram artikel_ons_recht.pdf0 bytes