Elke 36 uur twee moorden

(Uit Trouw - 11/09/06) “Ik zou niet weten wie zijn dood zou wensen, behalve het leger”, vertelt de weduwe van de vermoorde mensenrechtenadvocaat Feledito Dacut op 17 juni aan een delegatie van Nederlandse en Belgische rechters en advocaten die onderzoek doet naar de politieke moorden. Het dochtertje van Ametia en Feledito loopt rond, in T-shirt met de tekst miss my daddy. Op het moment van het gesprek staat de teller op 693 doden sinds het aantreden van president Gloria Arroyo in 2001. Dit weekeinde is dat 748. Daarnaast zijn er sinds 2001 nog 187 mensen vermist. Vanaf het bewuste gesprek zijn er dus elke drie dagen twee mensen vermoord die hun nek uitstaken: mensenrechtenadvocaten, leden van oppositiepartijen, journalisten, maatschappelijk werkers, studenten en boeren die voor hun rechten opkomen als hun land wordt ontnomen. De moorden worden in het hele land gepleegd, maar bijna altijd op dezelfde wijze: onbekenden op brommers zonder nummerplaat schieten hun slacht- offer dood en verdwijnen daarna met de noorderzon. Geen enkele moord is opgelost, hoewel er vaak getuigen zijn. De openheid waarmee de moorden gebeuren, wijst erop dat de daders nogal zeker zijn dat zij niet vervolgd worden. Beschuldigingen gaan in de richting van het leger, gesteund of zelfs aangestuurd door Arroyo. Mevrouw Dacut herinnert zich dat haar man haar begin 2005 vertelde van geruchten dat de beruchte generaal Joviro Palparan zou worden overgeplaatst naar de Oostelijke Visayas, waar zij wonen. Dat baarde hem grote zorgen. Want overal waar die man, met de bijnaam 'de Slager van Mindoro' werd gestationeerd, nam het aantal politieke moor- den toe. Op dat moment had Dacut (51) per brief en via sms al een aantal doodsbedreigingen ontvangen. Palparan kwam op 10 februari 2005. In de vroege ochtend van 14 maart werd Dacut in Tadoban neergeschoten. Hij was melk gaan kopen voor zijn dochter. Al maanden ging hij vanwege de bedreigingen nergens meer alleen naartoe. Ook nu had hij gezelschap, er waren dus getuigen. Maar er zit geen enkele vooruitgang in het onderzoek. Dit is helaas een heel normaal voorbeeld, vertelt de Filippijnse advocaat Edre Olalia (42). Hij is een van de bestuursleden van de Filippijnse juristenclub Codal, die de Nederlanders en Belgen uitnodigde. Later deze week reist hij door naar de VN-mensenrechtenraad in Genve. “De Filippijnen zijn een democratie, de juridische macht is onafhankelijk en in de Grondwet van 1987 is het respect voor mensenrechten verwoord, Maar in de praktijk zijn burgerrechten ver te zoeken.” Toch is er wel internationale kritiek. Amnesty International kwam deze zomer met een kritisch rapport. De Noorse regering heeft de Filippijnse regering op de politieke moorden aangesproken. Maar die is niet onder de indruk. Olalia stelt vast dat de intensiteit van het aantal moorden alleen maar toeneemt. Hij vermoedt een verband met het aopen van de termijn van een speciale militaire operatie, genaamd 'Freedom Watch'. Die operatie begon in 2001 en loopt tot het einde van dit jaar. De opdracht luidt dat het leger alle 'communisten' en andere 'tegenstanders' moet 'neutraliseren', Edre Olalia denkt dat het leger nu bezig is de deadline te halen. Maar hij gelooft niet dat het vanaf 2007 rustig wordt. “Voor hetzelfde geld verzinnen ze verlenging onder andere naam." Dat de Filippijnse regering van kritiek niet onder de indruk is, is ook de ervaring van Judith Lichtenberg (35), directeur van Advocaten voor Advocaten, die aan Nederlandse zijde de missie organiseerde. Ze stuurde het eindrapport naar de Filippijnse autoriteiten en kreeg alleen een briefje terug met de mededeling dat de moorden niet bewezen zijn. De autoriteiten komen er graag op terug, zo schrijven ze, als er bewijs is. “Dat hele systeem waarin juristen niet zeker kunnen zijn van hun leven, en moorden onopgelost blijven, holt het vertrouwen van de burgers in de rechterlijke macht uit”, vertelt Lichtenberg, “Tijdens onze missie stelden we vast dat burgers die getuige waren van een moord niet naar de politie gingen uit angst, of omdat ze toch geen vertrouwen hadden in een goede aoop.” Schokkend vond ze ook te bemerken dat op de Filippijnen kennelijk alle rechters en advocaten met intimidatie te maken hebben. “We hadden een hulpje op de Filippijnen, een pas afgestudeerde rechten studente. Die was stomverbaasd dat in Nederland dergelijke bedreigingen uiterst zeldzaam zijn. Zelfs zij had al ervaring met 'gewone bedreigingen' en beschouwde die nogal laconiek ais onderdeel van het werk”. Ik heb nooit serieuze bedreigingen ontvangen”, voegt Olalia toe. “Ik wissel alleen veel van mobiel nummer, want mijn telefoon wordt afgeluisterd. Op een of andere manier ben ik niet interessant. Of dat zo blijft, weet ik niet, maar ik ga door.” President Gloria Arroyo heeft de moorden nooit openbaar veroordeeld. Wel werd er, onder grote binnenlandse druk, in mei aangekondigd dat een speciaal bureau de moorden zou gaan inventariseren. Maar omdat dit bureau wordt aangevoerd door de nationale politie, die een slechte naam heeft op het gebied van onafhankelijkheid. heeft niemand vertrouwen in dit bureau. In diezelfde maand deed de onafhankelijke Filippijnse commissie voor mensenrechten een ferme uitspraak. Ze stelde dat de regering hoe dan ook verantwoordelijk is voor de moorden. De regering moet immers kunnen garanderen dat burgers veilig kunnen leven. De commissie kondigde ook aan een onderzoek aan naar generaal Palparan. Hij is niet de enige hoge militair van wie wordt verondersteld dat hij achter de moorden zit, maar wel de meest gevreesde. Rechtszaken tegen hem stranden telkens. Het is geen geheim dat president Arroyo Palparan als haar protg beschouwt. Ze promoveerde hem naar belangrijke posten, tot hij vorig jaar de leiding kreeg over een eenheid in centraal Luzon, de bakermat van de communistische opstandelingen. Ook hier nam het aantal moorden toe. Toen hij onlangs met militair pensioen dreigde te gaan, bezorgde Arroyo hem een baan als plaatsvervangend hoofd van de nationale veiligheidsraad, een invloedrijke adviescommissie. Palparan begint uitgerekend vandaag. “Het is niet helemaal duidelijk wat Arroyo's rol is, maar de moorden komen haar op zijn minst goed uit, Zo wordt alle politieke oppositie tot zwijgen gebracht." Olalia betwijfelt of er iets zal veranderen ais er een andere president mocht komen. “Dit is de tragedie van de Filippijnse politiek. De macht behoort al honderden jaren toe aan een kleine elite, slechts n procent van de bevolking. Deze mensen schromen niet om alle mogelijke middelen. inclusief het leger, in te zetten om de macht te behouden. Van kritiek van Filippino's trekt de regering zich niets aan, tenzij de sociale onrust te groot wordt. Het enige dat helpt is internationale kritiek in combinatie met westerse terughoudendheid bij investeringen en andere economische sancties. Ik hoop dat het daar van zal komen.” 7107 eilanden van groot strategisch belang De Filippijnen, 7107 eilanden en 90 miljoen inwoners, worden in 1946 onafhankelijk van de Verenigde Staten, In 1965 komt generaal Marcos aan de macht, In 1986 vlucht deze dictator naar de Verenigde Staten. Daarna wordt het land een democratie, maar volgens sommige analisten is er alleen gradueel iets veranderd. Steeds weten immers door manipulatie de 'oude families' de macht voor zichzelf te behouden. De Verenigde Staten behouden tot 1992 militaire bases, De prille democratie lijkt wel een potje te kunnen breken bij de internationale gemeenschap, Op papier ziet de maatschappij er voorbeeldig uit. Omdat er onrust is in het communistische noorden en het moslim-zuiden, wordt wat makkelijker dan anders het geval zou zijn door de vingers gezien dat het leger grote invloed heeft, Critici op bun beurt zeggen dat het leger de onlusten juist aanwakkeren. Daarbij komt het strategisch belang van de Filippijnen voor de Verenigde Staten. In tegenstelling tot andere landen in de regio waar de VS troepen hebben - Taiwan, Japan en Zuid-Korea - hebben de Filippijnen geen grote spanningen met de grootmacht China.