Filippijnse vakbondsleider en parlementslid bijna vrij

Beltran meer dan een jaar onschuldig gevangen Rebellie? Dat moet inbeelding zijn! Het Filippijnse Hooggerechtshof was niet mals voor de openbare aanklagers die ervoor zorgden dat Crispin Beltran, de populaire Filippijnse vakbondsleider, al 15 maanden gevangen zit. Volgens het Hof waren er geen aanwijzingen dat de man, die ook al zes jaar volksvertegenwoordiger is, een opstand beraamde. Beltran werd op 25 februari van vorig jaar gearresteerd. Volgens de Filippijnse regering zou hij samen met andere leiders van de sociale bewegingen en rechtse militairen een samenzwering opgezet hebben om de macht te grijpen. Na de arrestatie van Beltran konden vijf andere progressieve parlementsleden aan arrestatie ontkomen door bijna twee maanden in het parlementsgebouw te kamperen. Beltran zelf bleef sindsdien achter slot en grendel in afwachting van een proces. Wegens zijn wankele gezondheid—de man is 74—werd hij overgebracht naar een ziekenhuis. Gelukkig kan de oude man rekenen op steun uit binnen- en buitenland. Toen ik hem daar twee maand geleden opzocht toonde hij me een register met de namen van zijn bezoekers. De dag voor mij was een Japanse delegatie mensenrechtenactivisten langs geweest en enkele dagen eerder een Canadese parlementair. Ook in ons land werd de zaak van Beltran herhaaldelijk onder de aandacht gebracht tijdens acties van Stopthekillings.be. Op ons aandringen stelde senator Josy Dubié ook een parlementaire vraag over Beltran. Toen de Filippijnse presidente Arroyo de voorbije weken op bezoek was in Australië, Nieuw Zeeland en Italië waren er overal acties tegen zijn opsluiting. In totaal kreeg hij steunbetuigingen uit 33 landen. “Ik sta in het krijt bij de duizenden die me gesteund hebben, “zegt Beltran, “want het is dankzij hun steun dat ik en mijn familie weerstand hebben kunnen bieden aan deze onrechtvaardigheid.” Voorlopig is het nog wachten op de uiteindelijke invrijheidstelling. Beltran denkt er niet aan om rust te nemen. “Ik heb zolang kunnen rusten,” zegt hij, “en bovendien herinnert mijn opsluiting eraan dat er nog veel werk aan de winkel is voor gerechtigheid en mensenrechten zullen heersen in ons land.”