George en Maricel: Verenigd in liefde, toewijding en dood

KIDAPAWAN CITY (MindaNews/29 juni 2006) — George en Maricel kwamen op 19 juni 2006 nog bij me op visite; net voor ze werden vermoord. Natuurlijk hadden ze er toen geen idee van dat ze zo gewelddadig aan hun eind zouden komen. Ze hadden het zelfs niet over bedreigingen of problemen. Ze hadden het over hun persoonlijke dingen en over hun gezin. Het was een soort hernieuwing van hun relatie en hun wezenlijkste dingen. Na ons lange gesprek gingen ze weg, hand in hand als een verliefd stel. Het leek wel of dit het gelukkigste moment van hun leven was, een top ervaring. Zij liepen zo over van affectie, dat het me verwonderde. Toen ze naar huis reden werden ze doodgeschoten, net als een koppel eenden in de lucht. Een paar dagen later zag ik een foto op de deksel van hun kist. Ze stonden naast elkaar bij het Agko meer, het magische meer vlak bij de top van de Apo berg, waar de stamhoofden hun rituelen opvoerden, de D’yandi, waarbij ze zworen de heilige berg, die zij de Apo Sandawa noemden, te verdedigen ‘tot de laatste druppel van hun bloed’. Op diezelfde plek zwoeren George en Maricel elkaar hun trouw en aan de onderdrukten. Toen ik die foto zag kon ik de warmte van hun vurige liefde voor elkaar en voor de onderdrukte mensen, voor de natuur en voor de waarden van vrede en gerechtigheid, voelen. Waarom hebben de geesten van de natuur hen niet gewaarschuwd voor het directe gevaar dat hun leven liep? Hun 13-jarige zoon zou vragen, “Waarom zijn ze als onschuldige lammeren opgeofferd?” Ik kon hen niet beschermen; misschien heb ik wel bijgedragen aan het gevaar. God wist natuurlijk wel wat er stond te gebeuren. Zij waren verkozen tot het martelaarschap. Zij die de moord op hen beraamden, wisten wat er ging gebeuren. Hoevelen wisten van die nakende dood en deden niets om die te verhinderen? Hoe kunnen zij met zo’n last op hun geweten verder leven? Hoe kunnen zij naar hun eigen kinderen kijken en de kinderen van George en Maricel zien, als schaduwen in het donker? Zij hebben laten zien dat ze zelfs een vrouw op straat kunnen doden zonder dat hen wat in de weg gelegd wordt, want zij zijn gemachtigd te doden. Men zegt dat het een waarschuwing is voor alle activisten. De jacht op populaire gemeenschapsleiders is geopend. Ze zeggen dat een nationale campagne is die is opgezet door de meesterbreinen van de oorlog tegen het terrorisme, of beter gezegd, de oorlog van de terreur. Het is dezelfde ziekte van doodseskaders en fanatiekelingen die Fr. Tulio Favali noodlottig werd ten tijde van militair gezag onder Marcos. Zij denken dat wreed geweld hun macht vergroot. En zij zijn hardvochtige bedriegers. De officiële onderzoekers leidden de moeder van Maricel zodanig om de tuin dat zij een verklaring tekende waarin zij de schuld aan de moorden legde bij het Nieuwe Volksleger (NPA). Zij beschuldigen George en Maricel van samenwerking met het NPA en dan geven ze de schuld voor de moord aan de rebellen. Ook de moord op Favali legden zij bij de rebellen, maar de waarheid achterhaalde hen. Er kwamen getuigen naar voren die hun angst overwonnen door de solidariteit van velen die zeiden: “tama na, sobra na” (het is genoeg). George en Maricel groeiden op in de laatste jaren van de militaire dictatuur van Marcos. In hun studententijd werden zij lid van onze werkgroep Apo Sandawa, die gelieerd was met kerkgroepen, NGO’s en volksorganisaties die zich bezighielden met de bescherming van het leefmilieu van de inheemse volken en alle onderdrukte sectoren van de maatschappij. Zij namen beiden deel aan het diocesane programma’s: het Tribal Filippino Program en het Justice and Peace Integrity of Creation Program. Later kregen zij een baan in verschillende NGO’s om hun gezin te kunnen onderhouden. Beiden werden ze ook lid van de Federation of Reporters for Empowerment and Equality (FREE) en ze deden hun best om een lokale krant van de grond te krijgen die ‘Apo Sawanda’ moest heten en een tweede krant ‘Headliner’. In 2001 brandde het kantoor van de ‘Headliner’ tot de grond toe af. Men denkt brandstichting vanwege hun berichtgeving. George was als plaatselijk verslaggever ook betrokken bij een aantal radio en tv documentaires en uitzendingen van de BBC World Service. Hij was ook behulpzaam bij de productie van ‘Eilanden onder beleg’ dat uitgezonden werd door het meest gewaardeerde documentaire programma van Amerika, Frontline. George werd ook correspondent voor UCAN dat staat voor Katholiek Nieuws uit Azië. Hun stemmen over de lokale radio werden bekend bij het publiek want zij gaven steeds een stem aan de arme, de onderdrukte, uitgebuite en strijdende massa’s. Sinds in 2000 de totale oorlog werd afgekondigd, behoorden zij tot de meest actieve vredesactivisten en bemoeiden zij zich met onderzoek van de mensenrechtensituatie, hulp en emancipatie werk, vredesdemonstraties, enz. Zij waren ook erg druk met ‘Kinderen voor de Vrede’ om hun kinderen samen met andere hun hoop op vrede tot uitdrukking te laten brengen. Zij raakten zeer betrokken bij de promotie van een politiek ten gunste van het volk door onderwijs en basisorganisatie. In 2004 behoorden zij bij de organisatoren van KALAMPAG — Kotobatenyos voor een goede regering, een alliantie van volksorganisaties, NGO’s, religieuze en non-confesionele groepen van bezorgde burgers die een stijl van leiderschap voorstaan die alle mensen in hun waarde laat en de wonden wil helen van de slachtoffers van mishandeling. Wij vragen ons af of zij doelwit werden vanwege hun deelname aan KALAMPAG of omdat zij zich zo bezig hielden met alles wat er in hun gemeenschap omgaat. Zij waren gematigde activisten, journalisten die hun werk deden binnen het systeem—jonge vakmensen die de waarden van gezin en gemeenschap hoog in het vaandel voerden. George beschouwde zich zo’n beetje als mijn zoon, waarmee hij bedoelde te zeggen dat hij mijn manier van het dienen van de mensen rondom ons, wilde voortzetten. Maricel had geen geheimen voor mij. Ik voel hun dood als mijn eigen dood, net als toen Fr. Favali werd gedood in mijn plaats. Ze kunnen mensen als George en Maricel vermoorden, net zoals Favali en de andere martelaren, maar zij kunnen onze dromen en onze toewijding niet ombrengen. De macht van de haat mag velen dan in de war brengen en bang maken, maar de kracht van de soort liefde die George en Maricel bezaten blijft voortleven na de dood. Net als Jesus Christus: hij werd veroordeeld en gekruisigd, maar hij stond op voor een nieuw leven en hij beloofde dat allen die hem volgen naar het kruis de opstanding zullen beleven, maar ik denk dat het wordt voortgebracht als een zaad in de grond en besproeid met het bloed van de martelaren. Zij die hun geest en passie delen voor waarheid, gerechtigheid, voor vrede en solidariteit, zullen hun strijd voortzetten. Onze stam slinkt. Er zijn al zoveel progressieve leiders vermoord, anderen verlamd van angst door dreigementen, vooral hier in Kidapawan. Het ergste is de onverschilligheid van de meerderheid—van de autoriteiten tot de academici, zelfs van kerken en NGO’s—die hun profetische stemmen blijken te hebben verloren. Het grootste deel van de media staat in dienst van de meesterbreinen van de deceptie. Zelfs het Ministerie van Justitie en de Gerechtshoven maken een lachertje van het juridisch systeem. Als gevolg daarvan spoelt er een nieuwe golf van doodseskaders en fanatiekelingen over het land, en echte democratie wordt gesmoord in bloed en angst. Er wordt gezegd dat vanwege de grote verspreiding van het consumentisme, de cultuur van corruptie verspreid door de media en het internet, de commercialisering van immoreel gedrag en de schijnwereld van het entertainment, vele mensen het zicht op de werkelijkheid hebben verloren. Daarom vallen vele gezinnen uit elkaar, de kinderen raken vervreemd, en maar zeer weinig leiders krijgen nog het vertrouwen van de massa’s der onderdrukten. Misschien dat de slachtoffers of de martelaren nieuwe modules kunnen worden voor de tegencultuur welke de gaten, geslagen door het geweld, kunnen opvullen en nieuwe voorsprekers van de vrede kunnen voortbrengen zoals George en Maricel. Fr. Peter Geremia, PIME, is een Italiaans-Amerikaanse missionaris die sedert 1977 in Mindanao werkte. In 1985 beraamde een rechtse knokploeg een aanslag op Fr. Peter maar het was zijn vriend, Fr. Tulio Favali, die het slachtoffer werd. De naam van Fr. Peter verscheen op zwarte lijsten die rondgaan. George and Maricel Vigo weblog