Interview met Joris Smeets, auteur van 'Vriendschap en moord in de Cordillera'

Joris Smeets werkte gedurende zes maanden als vrijwilliger bij de Cordillera People Alliance (CPA), een federatie van volksorganisaties die verschillende sectoren vertegenwoordigt. Daar werd hij geconfronteerd met de moord op zijn collega en vriend Makoy. Zijn ervaringen heeft hij neergeschreven in het beklijvende boek ‘De Filipijnen. Vriendschap en moord in de Cordillera’. We namen een interview met hem af. Het boek is bij Stop the Killings te verkijgen aan de solidariteitsprijs van 15€ + verzendingskosten! Geef je bestelling door op info@stopthekillings.be



Dag Joris, kun je me vertellen hoe je precies in de Filippijnen bent beland?
Mijn band met de Filippijnen is zeer toevallig gegroeid. In de bibliotheek van de KU Leuven liep ik een veertigjarige Filipino, Arnold genaamd, tegen het lijf die er doctoreerde. We hebben zo’n kwartier met elkaar gepraat. Vervolgens ontmoette ik hem nog enkele keren op straat. Telkens vroeg hij me om uit eten te gaan. Na mijn aanvankelijke achterdocht te hebben overwonnen, heb ik uiteindelijk toegehapt. Met Arnold en zijn Filippijnse kameraad babbelden we de hele avond over de Filippijnen en de verschillen met België. Toen het doctoraat van Arnold na drie jaar erop zat en hij naar zijn land terugkeerde, heb ik hem een maand opgezocht. Na die reis heb ik mij aangesloten bij het Steunfonds Filippijnen in Overpelt. Via deze groep kwam ik in contact met Roger Camps (coöperant in de Cordillera en werkzaam rond aangepaste technologie) en de CPA.

Wat deed je in de Filippijnen? Welke taken en verantwoordelijkheden had je?
Bij de CPA werkte ik in de Public Information Commission (PIC). Ik mocht artikels schrijven voor het driemaandelijkse tijdschrift Hapit. Ook deed ik onderzoek naar de mijnbouwproblematiek. Door middel van inleefreizen kon ik hier een persoonlijke toets aan geven. Daarnaast trachtte ik vrienden, familieleden en sympathisanten te informeren met behulp van mijn blog. Na het lezen van die blog heeft uitgeverij EPO mij trouwens gecontacteerd om mijn teksten uit te werken tot een boek. Zo kon ik iets terugdoen en het verhaal van de Cordillera verspreiden. De Igorot bevolking had mij namelijk ontzettend veel gegeven. Er was de gastvrijheid, warmte, de kans om te groeien op persoonlijk vlak, noem maar op.

Het boek is grotendeels opgedragen aan Markus “Makoy” Bangit, een vermoorde organizer van de CPA. Kan je ons vertellen hoe de aanslag op jouw vriend precies gebeurde?
Op 8 juni 2006 ging Makoy van Tabuk, Kalinga op weg naar het kantoor van CPA in Baguio. Toen hij een tussenstop maakte bij een wegrestaurant schoot een gemaskerde man 4 keer op hem. Een directrice van een basisschool die toevallig naast hem liep, werd ook getroffen.
2006 was trouwens het meest moorddadige jaar voor de Filippijnse volksbeweging. De regering had net “Oplan Bantay Laya” gelanceerd, een campagne om de linkse verzetsbeweging hard aan te pakken. Onder opstandelingen verstaat de regering zowel het New People’s Army (een ondergrondse, illegale guerrillabeweging) als de legale volksorganisaties. Ze worden op één hoop gegooid.
Datzelfde jaar veroordeelden verschillende internationale instanties als Amnesty International, Human Rights Watch, de Verenigde Naties en de internationale campagne Stop the Killings, de houding van de Filippijnse regering. Met succes: in 2007 en 2008 daalde het aantal politieke moorden.

Welke herinneringen blijven jou het meeste bij? Wat onthoud je van de bevolking en collega’s?
Eerst en vooral is er mijn respect voor de gewone mensen in de dorpen en volksorganisaties. Zij doen er alles aan om de bevolking te organiseren. En ze doen dat niet voor geld of status. Integendeel: het kan hen het leven kosten. Ook is er veel wils– en daadkracht en doorzettingsvermogen, ondanks de vele tegenslagen. Bij de boeren in de dorpen waardeerde ik vooral hun gastvrijheid en warmte op. Dankzij organisaties als CPA zien zij het belang in van zich te verenigen. Op deze manier kunnen ze een waardevol verschillen maken in hun dagelijks leven.
Ik bewonder de Filipino’s die niet kiezen voor een carrière in het buitenland, maar met overtuiging proberen hun samenleving te veranderen.

Wat wil je nu met het boek bereiken?
Ik hoop dat de Belgische bevolking zich bewust wordt van de problemen in de Filippijnen.
Internationale druk is belangrijk om tot verandering en solidariteit te komen. Het verheffen van de stem is dus een absolute noodzaak. Ik kan enkel hopen dat mensen na het lezen van mijn boek beseffen dat er nood is aan een meer rechtvaardige samenleving, niet alleen in de Filippijnen maar wereldwijd. Het is niet eerlijk dat mensen die waar dan ook opkomen voor hun rechten, op zulke brutale manier worden aangepakt.

Hoe zie je de situatie in de Filippijnen de komende jaren evolueren? Welke rol is weggelegd voor de volksbewegingen in de Cordillera en de Filippijnen?
Het is moeilijk te blijven geloven in een fundamentele ommekeer. Toen mijn tante in de jaren ’80 actief was in de solidariteitsbeweging met de Filippijnen maakte ze People Power I (de verdrijving van Marcos) mee. Er was toen erg veel euforie en optimisme. Maar na het lezen van mijn boek kwam ze tot de vaststelling dat er tot op heden weinig tot niets veranderd is. Presidente Arroyo is zo mogelijk erger dan Marcos. Corruptie, elitarisme en ongelijke verdeling van macht en rijkdom zijn diep geworteld in de Filippijnse samenleving.
Het is dus de taak van de volksbewegingen om dit aan de kaak te blijven stellen, met oog voor structurele politieke, sociale en economische oorzaken.
Blijven informeren, organiseren en mobiliseren is de boodschap. Een traag proces, maar het loont de moeite. Daar ben ik zeker van!

Dank voor uw tijd, Joris!

Graag gedaan.

Auteur: Claus Casier, 30 juni 2009