"Met de moord op Makoy verloor ik een goede vriend"

Er lijkt geen einde te komen aan de moorden op activisten in de Filippijnen. De regelmaat waarmee leden van de progressieve volksbeweging in het land worden omgebracht, neemt nu al geruime tijd een meer dan onrustwekkende vorm aan. Onlangs viel er een nieuw slachtoffer. In de krant heet hij Markus Bangit en in de statistieken van de mensenrechtenorganisaties kreeg hij nummer 99 op de lijst van slachtoffers van politieke moorden in de Filippijnen sinds begin dit jaar. Voor Joris Smeets en David Baele is hij Makoy, een toegewijde, warme en gerespecteerde leider van de inheemsen in de Cordillera, een bergstreek in het noorden van de Filippijnen. Joris en David verbleven onlangs verschillende maanden in de Filippijnen en werkten er als vrijwilliger bij de Cordillera People's Alliance (CPA), de organisatie waarvoor Makoy dag en nacht in de weer was. Joris reageerde als volgt op het bericht over de moord op Makoy: “Ieder van ons weet dat hij of zij het volgende slachtoffer kan zijn. We moet er allemaal op voorbereid zijn dat vroeg of laat iemand van onze vrienden hetzelfde lot zal ondergaan als Pepe en Albert”. Deze onheilspellende woorden, die verschillende van mijn vrienden bij CPA tot mij richtten op de wake voor de vermoordde Albert Terredaño, klinken nu wel heel erg wrang… Vrijdagmorgen 9 juni opende ik zoals gewoonlijk mijn mailbox. Er waren verschillende nieuwe berichten, maar één sprong onmiddellijk in het oog. Van: Abi Onderwerp: makoy’s dead Net alsof je in ijskoud water valt, je krijgt even geen adem. Haastig begon ik de mail te lezen. Makoy werd vermoord. Op donderdag 8 juni had hij rond zeven uur ’s avonds net gegeten aan een van de vaste stopplaatsen van de bus van Tabuk naar Baguio. Toen hij naar de bus liep, sprong er iemand met een kap over zijn hoofd uit een minibusje. Van dichtbij schoot hij vier keer op Makoy met een kaliber .45. Drie kogels gingen dwars door zijn borst en maag. De vrouw langs hem, directrice van een lokale middelbare school, schreeuwde het uit in paniek en werd ook neergeschoten. Zij stierf terplekke. Makoy werd in allerijl naar het ziekenhuis gebracht, maar dat mocht niet meer baten. Zijn zoon, die met hem meereisde, bleef ongedeerd. Makoy was een goede vriend van mij op de office in Baguio. Op mijn prikbord kijk ik nu naar een briefje dat hij voor mij had geschreven om mij een gelukkig nieuwjaar te wensen. Hij kon mij toen ik op dat moment in Dupag zat, niet bereiken. Daarom had hij dit berichtje speciaal laten bezorgen. Dat was typisch Makoy: een heel attente man, steeds bezorgd over hoe het met je ging. Het briefje eindigt met “your bro Markus”. Terwijl ik het herlees, flitsen er onnoemelijk veel beelden door mijn hoofd. Vaak sliep ik samen met Sam en Makoy op de office. Soms haalden we dan wel eens een fles Red Horse in de sari-sari store een eindje verderop in de straat. Op een avond in februari vertelde hij me dat hij had vernomen dat er een lijst van doelwitten voor het leger circuleerde. Hij stond er ook op. Dat trof me heel erg toen. Makoy heeft echter steeds geweigerd om er de brui aan te geven, ook al woog dat bijzonder zwaar op hem en zijn gezin. Makoy legde de 11 uur durende busreis van Tabuk naar Baguio heel vaak af. Zelf heb ik verschillende keren samen met hem diezelfde rit ondernomen (ik weet trouwens nog goed hoe bezorgd hij was toen ik plots erg ziek werd op de bus). Zijn familie woont in een klein huisje in Tabuk, maar zijn werk speelde zich vooral af bij CPA in Baguio. Hij zei me ooit dat het hem dikwijls zwaar viel om telkens op en neer te pendelen en zijn familie zo weinig te zien. “My wife is complaining”, lachte hij soms, “no time for love!”. Zijn dochter probeerde steeds zijn rugzak te verstoppen zodat hij niet zo vertrekken. Hij had het altijd heel erg druk. Vaak rende hij van de ene meeting naar de andere of zat hij uren aan de computer. Ik vroeg me steeds af waar hij al die gedrevenheid vandaan bleef halen. Al sinds de jaren 70 was Makoy actief in het verzet tegen de Chico Dam. Sindsdien is zijn betrokkenheid bij de strijd voor de zelfbeschikking van de Igorots enkel maar toegenomen. Zijn staat van dienst is ronduit indrukwekkend. Op het moment van zijn overlijden was hij ondermeer de motor achter de zogenaamde Elders Desk en lid van het regionale secretariaat van CPA en de Bodong Pongors Organization, een federatie van stamoudsten. Hij werd gewaardeerd voor zijn expertise en talent om te bemiddelen bij stammentwisten. Daarnaast heeft hij deel uitgemaakt van talloze andere progressieve volksorganisaties. De lijst is te lang om op te noemen. Tijdens mijn verblijf in de Cordillera ben ik het vaakst in Kalinga geweest, de provincie waar Makoy werd geboren en getogen. Ik kwam erg graag in het kantoortje van CPA Kalinga. Er hing altijd een erg ontspannen en aangename sfeer. Je kon heel goed merken dat Makoy er erg geliefd en gerespecteerd werd. Ik kan me amper voorstellen hoe zijn vrienden daar in Tabuk zich nu voelen. Ik zie ook weer de mensen van Tomiangan, zijn geboortedorp, en Dupag, iets verderop gelegen, voor me. Veel mensen daar zijn familie van hem en behoren net als Makoy tot de Malbong stam. Ook in Baguio is er veel verdriet. Toen ik dezelfde morgen met Joan Carling, voorzitter van CPA, belde, zei ze dat iedereen kapot was toen ze het nieuws vernamen. Voor de jongere mensen op de office van CPA was Makoy een steun en toeverlaat. Hij werd dan ook steevast “uncle Makoy” genoemd. En zo voelde ik het ook aan. In Joan’s stem hoorde ik verslagenheid, maar een ondertoon van vastberadenheid kon ze niet onderdrukken. Ze was al zo druk bezig geweest om ruchtbaarheid te geven aan deze brutale moord, dat ze nog niet eens de tijd had gevonden om te huilen. Ik luisterde naar haar en wist niet goed of ik nu wel of niet nog in Baguio had willen zijn… Het staat vast dat CPA een van haar meest waardevolle en toegewijde medewerkers heeft verloren en tegelijk ook een van haar meest warme, goedlachse en eenvoudige persoonlijkheden. Toen ik het verhaal van Makoy aan een van mijn vrienden vertelde, zei hij: “Die kerel was eigenlijk een held”. Ik denk dat hij gelijk heeft…