Satur Ocampo eindelijk vrij na internationale druk

Op 3 april wandelde de Filippijnse volksvertegenwoordiger Satur Ocampo na 18 dagen opsluiting in een politiecel recht in de armen van een juichende menigte supporters. Zijn vrijlating is een opsteker voor iedereen die begaan is met de situatie van de mensenrechten in de Filippijnen. Zijn arrestatie werd immers in verband gebracht met de recente golf van politieke moorden. Daarom werd ook in België actie gevoerd door stopthekillings.be aan het ministerie van buitenlandse zaken. Satur Ocampo wordt beschuldigd van 14 moorden die zouden gepleegd zijn in 1985, toen hij nog in de gevangenis zat. Van de vele politieke gevangen onder de toenmalige dictator Marcos, was Ocampo degene die het langst opgesloten bleef, van 1976 tot 1985. De rechtszaak tegen de man leek dan ook absurd. Toch werd er een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd. Ocampo zorgde er echter voor dat hij eerst een verzoek kon indienen bij het Hoog Gerechtshof om de zaak te laten verbreken alvorens zich te laten inrekenen. Het Filippijnse Hoog Gerechtshof besliste op 3 april dat Satur Ocampo op borgtocht vrij kon komen omdat de aanklacht niet geschraagd is door voldoende bewijsmateriaal. Dat betekent nog niet dat de gerechtelijke perikelen voorbij zijn voor de volksvertegenwoordiger want het Gerechtshof heeft zich daarmee nog niet uitgesproken over de grond van de zaak. Maar blijkbaar was de druk van de Filippijnse publieke opinie, internationale mensenrechtenactivisten en collega's-parlementairen een steun in de rug van de democratische krachten in de Filippijnse samenleving die nog durven ingaan tegen de toenemende repressie. De zaak van Satur Ocampo is overduidelijk een politieke zaak. Ten eerste komt het arrestatiebevel—voor een misdaad die zich 22 jaar geleden afspeelde--enkele weken voor de parlementsverkiezingen. Satur Ocampo is de voorzitter van de populaire volkspartij Bayan Muna, die volgens recente peilingen alweer afstevent op een groot succes. Ten tweede probeerde de politie kost wat kost om Ocampo tijdens zijn gevangenschap over te brengen naar het afgelegen eiland Leyte, waar hij in een soort van ballingschap zou zijn, zonder toegang tot de media. Op een bepaald moment werd hij zelfs in het holst van de nacht uit zijn cel gehaald voor overbrenging naar Leyte. Maar het vliegtuig werd halfweg teruggeroepen omdat de rechter ontkende dat hij om de transfer verzocht had. Ten derde waren er de uitspraken en daden van de regering zelf. Ocampo was nog maar nauwelijks op vrije voeten of de secretaris van de president wist te vertellen dat de man wel vlug terug achter de tralies zou zitten. De minister van justitie liet meteen de moorden als 14 afzonderlijke aanklachten tegen Ocampo indienen. De toenemende inperking van de democratische rechten is des te verontrustend tegen de achtergrond van de aanhoudende politieke moorden op syndicalisten en verantwoordelijken van politieke en sociale bewegingen. Zo werden sinds 2001 al 130 leden van Bayan Muna vermoord omwille van hun engagement. Daarmee is de organisatie het belangrijkste doelwit van de doodseskaders. De politieke repressie tegen de kopstukken van de partij in de hoofdstad Manilla geeft een vrijbrief aan overijverige commandanten in het veld om de moordcampagnes nog op te drijven tijdens de lopende verkiezingscampagne. Zo werden in de laatste dagen opnieuw drie mensen, waaronder een kind van 9, vermoord terwijl drie anderen spoorloos verdwenen nadat ze ontvoerd werden door gewapende mannen. Satur Ocampo zelf toont zich nog steeds strijdbaar. “Ik zat nu in totaal al meer dan tien jaar gevangen onder drie verschillende presidenten en werd nog nooit veroordeeld,” stelt hij laconiek vast. Maar in een brief aan de buitenlandse collega's en vrienden die hem steunden roept hij hen ook op om waakzaam te zijn: “Mijn gevecht voor de waarheid, gerechtigheid en vrijheid, dat jullie gesteund hebben, is nog lang niet voorbij. Zelfs al zijn we blij om deze tijdelijke overwinning, toch maken we ons klaar voor de moeilijke strijd die ons nog wacht gezien de sluwe streken van deze regering.” Wim De Ceukelaire